Leo D. Lichteberg (1952), achtste kind van negen van zijn vader, zesde van zeven van zijn moeder. Samen verwekten zijn vader en moeder zes kinderen. Het grootste deel van zijn kinderjaren bracht hij, samen met zeven andere kinderen, door in de Poortstraat 19 te Zaandam, een klein, eenvoudig arbeidershuisje waar het gezin hutje op mutje leefde. Drukte alom, armoe troef.

Op vijftienjarige leeftijd monsterde hij aan als lichtmatroos voor zijn eerste reis op de grote vaart. In het kielzog van de matrozen sloeg hij de toeristische attracties over en bezocht de meest obscure bordelen ter wereld. Rum en cola. Lange nachten vol schrijnend vertier. In Kingston Jamaica voetbalde hij tegen de dreadlocks die rond de haven hingen, wellicht ook tegen Bob Marley die daar indertijd veelvuldig te vinden was om een balletje te trappen.

Zijn vader overleed toen Lichteberg zeventien was waarna hij met drugs begon te experimenteren. Hij gebruikte alles wat in die tijd voor handen was, uitgezonderd heroïne. Dit leidde uiteindelijk tot een langdurige opname in Rijnland, een therapeutische leefgemeenschap. De opname inspireerde hem en sterkte zijn zelfvertrouwen. Via de avond-mavo, sloeg hij enkele klassen over en behaalde hij het avond-atheneum (B).

Hij studeerde een jaartje wijsbegeerte alwaar hij een sterke antipathie tegen Plato ontwikkelde en stapte over op Theaterwetenschappen met Filmkunde als afstudeerrichting. Tijdens zijn studie begon hij al te werken als filmjournalist voor de Waarheid en andere periodieken. Hij werkte met verschillende regisseur als scriptdoctor en schreef uiteindelijk het scenario De Liefde van een Drinker voor een avondvullende speelfilm. Het script werd ingekort tot de televisiefilm Zaanse Nachten. Hoofdrolspeler kreeg een nominatie voor een Gouden Kalf. Het succes leidde niet tot verdere schrijfopdrachten waarna hij zich teleurgesteld van de filmwereld keerde en zich op zijn oude liefde de literatuur stortte. Dat is hij blijven doen tot de dag van vandaag.